dinsdag 25 december 2018

Ook nu weer aan u allen...

Nog steeds de mooiste tekst die heer Polo te horen kreeg, ook dit afgelopen jaar. Tot op de valreep en dus de laatste opvoering van SCHOFT in Zaventem. Het slotnummer van Raf Walschaerts in de theatershow van Kommil Foo. Met waanzinnig mooie muziek en een parlando zoals alleen hij dat brengen kan, een inhoud die veel meer doet dan raken, de nagel op de kop, die blijft hangen, blijft plakken. Het uitgekozen fragment lijkt mij dusdanig universeel dat ik het u allen toewens voor de feestdagen en het ganse komende jaar. Kan op dit moment niks beters bedenken...
( tekst: Raf en Mich - muziek: Raf   --   2019-kaartjes: Caro Orca ) 
  
Aan de man die ’s ochtends opstaat bij wie het leven als een natte dweil keihard in zijn gezicht slaat − die met de moed der wanhoop zijn koffie drinkt, zijn krant leest, zijn dikke hond uitlaat − aan de vrouw op de fiets met het kind, manmoedig vechtend tegen de regen en de stugge wind, die zich afvraagt wanneer dat lang verwachte droomleven nu eindelijk begint − aan de buschauffeur, aan de bakker op de hoek en zijn Thaise vrouw − die zo mooi lacht en honderduit praat, − maar waarvan je met de beste wil van de wereld geen woord verstaat − aan de mannen achter de vuilniskar − aan de jongens op de tram − aan de kerel op het dak, met z’n thermos en z’n boterham aan die man, die moedige man, die man die weigerde te haten, ook al werd hem het grootste onrecht van de wereld aangedaan − aan die dichter die moest zwijgen, die moest kruipen, maar die in zijn eigen hoofd steevast pal rechtop bleef staan − aan elke godvergeten zuiper in elke godvergeten kroeg, die meebrult met het refrein − aan de minister en zijn nachtrust, aan de boer met kiespijn − aan de mensen in de zaal, stuk voor stuk, allemaal 

kom hier, kom hier dat ik u aan mijn borst druk − kom aan mijn hart, dat ik mijn hand haal door uw haar − dat ik u kan vragen of ge iets wilt drinken, koffie misschien, eventueel een glas wijn − en dat gij dan kunt zeggen dat ge liever alleen wilt zijn, ook goed − maar misschien hebt ge zin om te praten − om te vertellen wat er op uw hart ligt, op uw schouders drukt, elke twijfel, elke gemiste kans, elke niet gestelde vraag − wat ge in de loop der jaren allemaal hebt beloofd en geloofd en waar ge nu misschien spijt van hebt elke overwinning, elke nederlaag − kom hier, dat ik u draag − kom hier, dat ik u draag  aan het magere meisje, aan de jongen op de brug − aan de oude vrouw met haar tas en haar kaarsrechte rug − aan de buurvrouw en haar onvermogen om simpelweg content te zijn − aan het pasgeboren kind dat alles al weet − aan Marcel die er nooit echt bij hoorde, gewoon omdat hij veel te veel zijn best deed − aan Marie, aan Lisa, aan André, aan jou kom hier, kom hier dat ik u aan mijn borst druk − kom aan mijn hart, dat ik mijn hand haal door uw haar − dat ik u kan vragen of ge iets wilt drinken, koffie misschien, eventueel een glas wijn − en dat gij dan kunt zeggen dat ge liever alleen wilt zijn, ook goed − of dat gij aan mij vraagt of ik iets wil drinken − want misschien heb ik wel zin om te praten − om te vertellen wat er op mijn hart ligt, op mijn schouders drukt, elke twijfel, elke gemiste kans, elke niet gestelde vraag − wat ik in de loop der jaren allemaal hebt beloofd en geloofd en waar ik nu zo’n spijt van heb − elke overwinning, elke nederlaag − kom hier dat ik u draag − kom hier dat ik u draag...                                   
 Aangename feestdagen gewenst
Marco Polo

1 opmerking:

  1. Praten helpt. Echt waar. En relativeren. Al heb je daar nu wellicht nog geen boodschap aan. Maar ook dat komt.

    BeantwoordenVerwijderen